Artikelen M/V

Naar een zuivere kerk (noten)

Noten uit het artikel van Pieter Niemeijer

(Nader Bekeken, nr 12, december 2015)

 

Noten:

1    Met dank aan Bart van Egmond en Paul Voorberg, die een eerste versie van commentaar voorzagen. Uiteraard zijn zij niet verantwoordelijk voor de inhoud van mijn artikelen.
Deze en alle volgende noten zijn te vinden op www.woordenwereld.nl bij dit decembernummer van Nader Bekeken.

2    H.B. Weijland, ‘Is afscheiding geoorloofd? Enkele opmerkingen over de mogelijkheid van afscheiding in het licht van wat de confessie zegt over de ware en de valse kerk’, in: Kerk en Theologie42 (1991), p. 16; ik dank de verwijzing aan Leo J. Koffeman, Het goed recht van de kerk. Een theologische inleiding op het kerkrecht, Kampen, Kok, 2009, p. 176. Het donatisme wordt wel genoemd en afgewezen in de (lutherse) Augsburgse Confessie, artikel 8 en in de Tweede Helvetische belijdenis hoofdstuk 18.

3    P.L. Voorberg,Doop en kerk. De erkenning, door kerkelijke gemeenschappen, van de elders bediende doop(diss. Theologische Universiteit Kampen), Heerenveen, Groen, 2007, p. 76.

4    Dr. E.A. de Boer wees me erop dat voor de reformatoren de donatistische dwalingen herleefden in het radicalisme van de wederdopers en via die weg in confessies bestreden en verworpen werden.

5    De kennis van het donatisme berust tot dusver op geschriften van Augustinus en zijn medestanders.

6    Vgl. P.L. Voorberg, Doop en kerk, 50-57.

7    Aurelius Augustinus, Ketters en scheurmakers [de haeresibus], bezorgd, vertaald en toegelicht door Joke Gehlen-Springorum en Vincent Hunink, Budel, Damon, 2009, p. 105-111; P.L. Voorberg, Doop en kerk, p. 60-68. Wie of wat deze circumcellionenprecies waren, is voorwerp van voortgaand onderzoek (met dank aan dr. B. van Egmond).

8    K. van der Zwaag, Augustinus, de kerkvader van het Westen. Zijn leven, zijn leer, zijn invloed, Heerenveen, Groen, 2008, p. 76; vgl. over de ontwikkeling bij Augustinus in dezen en een taxatie daarvan H.B. Weijland, Augustinus en de kerkelijke tucht. Een onderzoek naar de grenzen van de kerk bij Augustinus tegen de achtergrond van het donatistisch schisma, Kampen, Kok, 1965, p. 196-213.

9    J. Faber, Vestigium ecclesiae. De doop als ‘spoor der kerk’ (Cyprianus, Optatus, Augustinus), Goes, Oosterbaan & Le Cointre, 1969, p. 46,49; P.L. Voorberg, Doop en kerk, p. 69.

10  Ik ontleen deze kenmerken aan P.L. Voorberg, Doop en kerk, p. 69-75; vgl. ook J. van Oort, ‘Augustinus over de kerk’, in: W. van ’t Spijker, W. Balke, K. Exalto en L. van Driel (red.), De kerk. Wezen, weg en werk van de kerk naar reformatorische opvatting, Kampen, De Groot Goudriaan, 1990, p. 77-94; H.B. Weijland, Augustinus en de kerkelijke tucht, p. 19-36.

11  Vgl. J. Faber, Vestigium ecclesiae, p. 47; de typering van de bruid in het Hooglied was een geliefde aanduiding voor de kerk: een afgesloten hof en een welverzegelde bron; vgl. ook de typering ‘die alleinige rechte Kirche’ door H. Koch in: Evangelisches Kirchenlexikon. Kirchlich-theologisches Handwörterbuch I, Göttingen, Vandenhoeck & Ruprecht, 1956, s.v. Donatismus.

12  J. Faber wijst erop dat de donatisten en Augustinus een verschillende opvatting koesterden over de katholiciteit van de kerk, en oordeelt daar genuanceerd over, J. Faber, Vestigium ecclesiae, p. 47-49.; vgl. ook H.B. Weijland, Augustinus en de kerkelijke tucht, p. 37-47; K. van der Zwaag, Augustinus, p. 280v.

13  B. Weijland, Augustinus en de kerkelijke tucht, p. 23-30.

14  Vgl. Aurelius Augustinus, Ketters en scheurmakers, p. 109; P.L. Voorberg, Doop en kerk, p. 72.

15  H.B. Weijland, Augustinus en de kerkelijke tucht, p. 27-29.

16  Zie noot 2.

17  Vgl. J. van Genderen, W.H. Velema, Beknopte gereformeerde dogmatiek, Kampen, Kok, 1992, p. 647-650; G. van den Brink, C. van der Kooi, Christelijke dogmatiek. Een inleiding, Zoetermeer, Boekencentrum, 2012, p. 565v; A. van de Beek, Lichaam en Geest van Christus. De theologie van de kerk en de Heilige Geest, Zoetermeer, Meinema, 2012, p. 53.

18  J. van Genderen, W.H. Velema, Beknopte gereformeerde dogmatiek, p. 649.

19  Vgl. C. Trimp, Kerk in aanbouw. Haar presentie en pretentie, Goes, Oosterbaan & Le Cointre, 1998, p. 17-46.

20  M. te Velde in: M. te Velde (red.), Confessies. Gereformeerde geloofsverantwoording in zestiende-eeuws Europa, Heerenveen, Groen, 2009, p. 14.

21  Nederlands: ‘reyne Predicatie des Evangelii’, ‘reyne bedieninghe der Sacramenten’; Frans: ‘la pure predication de l’ Evangile’, ‘la pure administration des Sacraments’; Latijn: ‘pura Evangelii predicatione’, ‘sincera Sacramentorum … administratione’; J.N. Bakhuizen van den Brink, De Nederlandse belijdensgeschriften in authentieke teksten met inleiding en tekstvergelijkingen, Amsterdam,Ton Bolland, 19762, p. 124v.

22  Vgl. 2 Kor. 6:14-15.

23  Vgl. Heidelbergse Catechismus, antw. 60.

24  H.B. Weijland, Augustinus en de kerkelijke tucht, p. 64v. Augustinus verwijst ook naar andere schriftgedeelten: de ark van Noach met zijn reine en onreine dieren, Christus’ dulden van de traditorJudas, de kudde die op de jongste dag schapen én bokken blijkt te bevatten (Mat. 25), het visnet dat allerlei vissen vangt (Mat. 13) enz.; H.B. Weijland, Augustinus en de kerkelijke tucht, p. 63-66; P.L. Voorberg, Doop en kerk, p. 84v; J. van Oort, Augustinus over de kerk, p. 90v.

25  Johannes Calvijn, Institutie of onderwijzing in de christelijke godsdienst(uit het Latijn vertaald door dr. C.A. de Niet), Houten, Den Hertog, 2009, IV.1.13. Vgl. ook de Tweede Helvetische geloofsbelijdenis, hoofdstuk 17 en de Schotse belijdenis, hoofdstuk 25.

26  J. Faber, Vestigium ecclesiae, p. 133; P.L. Voorberg, Doop en kerk, p. 81v.

27  H.B. Weijland, Augustinus en de kerkelijke tucht, p. 99.

28  H.B. Weijland, Augustinus en de kerkelijke tucht, p. 122.

29  J.N. Bakhuizen van den Brink, De Nederlandse belijdenisgeschriften, p. 126.

30  De zgn. ‘ambtelijke’ tucht richt zich niet heel rigoureus op elke vlek of rimpel, maar gaat over (verharding in) een aanstootgevende en de vrede in Christus verstorende zonde in leer of leven.

31  De twaalf artikelen belijden in één adem en afhankelijk van hetzelfde ‘ik geloof’ in het negende artikel de ‘heilige, algemene, christelijke kerk’ (art. 9) én de ‘vergeving van de zonden’ (art. 10). De Heidelbergse Catechismus behandelt beide thema’s in één zondag (21). In de kerk wordt de vergeving verkondigd en aangezegd, en de kerk leeft van de vergeving, die kennelijk nodig blijft binnen de kerk. Gelovigen blijven worstelen met de zonde die tegen hun wil in hen is overgebleven (Rom. 7:13-25). Het verdriet om de realiteit van de zonde blijft ons naar Christus drijven.

 

Ik neem een:

- abonnement op Nader Bekeken
(1e jaar halve prijs)
- andere keuze

Downloaden cahiers

Nu ook als PDF beschikbaar
Cahier 81
Ds. Jacob Kruidhof
Rust vinden

 

 

Losse nummers Nader Bekeken digitaal

Losse nummers Nader Bekeken zijn nu ook digitaal te bestellen. Klik hier.